Installatie van een Husqvarna Automower® NERA

Door: William van Eerden

Leestijd: 8 minuten

Munsterman B.V. heeft al vele jaren ervaring op het gebied van robotmaaiers. Met onze twee prachtige merken Husqvarna en Honda hebben wij voor vrijwel ieder gazon de perfecte oplossing. In de bijgevoegde video laten wij graag zien hoe je een Husqvarna Automower® 430X NERA installeert, een robotmaaier volledig op GPS. Bekijk de video en mocht je daarna nog vragen hebben, contact ons dan gerust.

Installatie video

Unboxing

Wat zit er allemaal in de doos? Bij het openmaken van de doos kom je als eerste de Automower tegen, deze kan er uit gehaald worden. Daarnaast zit er een voeding in met een opgerolde voedingskabel, gebruikershandleidingen en wat klein materiaal om de laadplaat te monteren. En als laatste ligt er op de bodem van de doos het laadstation, ook niet geheel onbelangrijk.

 

Locatie van het laadstation

• Zorg voor minimaal 3 meter vrije ruimte vóór het laadstation.
• Houd een minimum aan van 150 cm vrije ruimte rechts en links van het midden van het laadstation.
• Plaats het laadstation in de buurt van een stopcontact.
• Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond, het liefst een tegel.
• De bodemplaat van het laadstation mag niet gebogen zijn.
• Als het werkgebied twee delen heeft die zijn gescheiden door een steile helling, raden wij aan het laadstation op het laagste deel te plaatsen.
• Plaats het laadstation in een gebied met bescherming tegen de zon.
• Voor Automower® 320 NERA moet u het laadstation in een gebied met Wi-Fi dekking plaatsen om nieuwe firmware te downloaden. Voor Automower® 430X/450X NERA wordt mobiele technologie gebruikt voor FOTA (Firmware over the air). U kunt er ook voor kiezen om Wi-Fi met FOTA te gebruiken.
• Als het laadstation op een eiland is geplaatst, dient u ervoor te zorgen dat u de geleidingsdraad met het eiland verbindt.
• Plaats de voeding in een gebied met een dak en bescherming tegen de zon en de regen.
• Plaats de voeding in een gebied met een goede luchtstroom.
• Zorg voor een goede 230 volt aansluiting op de locatie waar het laadstation moet komen te staan. Gebruik een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van maximaal 30 mA wanneer u de voeding aansluit op het stopcontact.

Locatie van het referentiestation

Het referentiestation moet op een plek worden gemonteerd waar deze vrij zicht heeft naar boven, ook moet het referentiestation zo worden geplaatst dat de robotmaaier nagenoeg altijd ‘zicht’ heeft op het referentiestation om eventuele storingen te voorkomen. Dit zal vaak in het midden van het te maaien terrein zijn.
• Installeer het referentiestation op een vast object dat niet kan bewegen of draaien.
• Installeer het referentiestation op een paal of een muur. De paal moet  een diameter van 32-55 mm hebben om de opzetstukken op het referentiestation te kunnen plaatsen.
• Als het referentiestation aan een muur wordt gemonteerd, moet de bovenkant van het referentiestation zich boven de muur bevinden. Er mag geen metaal in de muur zitten.
• Zorg ervoor dat het referentiestation volledig zicht op de lucht heeft. Zorg ervoor dat de lucht onbelemmerd zichtbaar is in alle richtingen boven een elevatiehoek van 10°.
• Installeer het referentiestation in een hoge positie voor een groter radiosignaalbereik. Installeer het referentiestation op een minimumhoogte van 2.5 m / 8 ft.
• Zorg ervoor dat de maximale afstand tussen het referentiestation en het product 100 meter bij een RS1 en 500 meter bij een RS5 ontvanger is bij een vrije zichtlijn. Objecten tussen het referentiestation en het product verkleinen de afstand.
• Zorg dat de afstand tussen het referentiestation en het product kleiner is dan 100 meter (RS1) en 500 meter (RS5).
• Installeer het referentiestation waar het radiosignaal alle delen van het werkgebied bereikt. Grote objecten kunnen de radiosignalen blokkeren.
• U kunt meer dan één RS5 referentiestation installeren om te fungeren als repeater in een groot gebied. Neem contact op met een ons voor meer informatie.

Installatie van het laadstation

1. Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied dat geschikt is en zorg voor een vaste ondergrond, het liefst een tegel.
2. Open de klep aan de voorkant van het laadstation.
3. Bevestig de bovenkant van het laadstation.
4. Kantel de bovenkant van het laadstation en til hem op.
5. Breng de doorvoertule met de kabels aan en sluit de kabel op het laadstation aan.
6. Sluit de laagspanningskabel aan op het laadstation.
7. Sluit de klep aan de voorkant van het laadstation.
8. Zet de voeding op een minimale hoogte van 30 cm.
9. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van 230 V.
10. Bevestig het laadstation aan de grond met de meegeleverde schroeven.
11. Plaats de Automower® in het laadstation, zo kan de Automower® alvast geladen worden alvorens we de installatie starten.

Installatie van het referentiestation

Gereedschap:
• Schroevendraaier, Torx 20.
• Inbussleutel, 4 mm. (Meegeleverd in de doos)

Het referentiestation installeren op een paal
1. Bevestig de paal stevig aan een muur of dak of op de grond. Zorg ervoor dat de paal niet kan bewegen of per ongeluk verplaatst kan worden.
2. Bevestig de steunbeugel en een van de paalsteunen aan de arm met de 4 schroeven (4mm-inbussleutel).
3. De paalsteunen zijn verkrijgbaar in 2 afmetingen, zodat ze passen op palen met verschillende afmetingen. Selecteer de juiste paalsteun voor uw installatie.
4. Plaats de arm boven op de paal. Let wel op: Het referentiestation moet aan de bovenkant van de paal worden geïnstalleerd.
5. Bevestig het referentiestation op de paal met behulp van de 2 schroeven (4 mm inbussleutel).
6. Trek de kabel op het referentiestation door de sleuf in de arm en installeer het referentiestation op de arm. Bevestig de connector aan de klemmen op de arm.
7. Draai de schroef (Torx 20) op de arm van het referentiestation vast.
8. Sluit de laagspanningskabel aan op het referentiestation en de voeding.
9. Bevestig de laagspanningskabel met kabelbinders aan de paal vanaf het referentiestation naar de voeding.
10. Plaats de voedingseenheid 30-200 cm boven de grond. Zie
11. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van 230 volt.
12. Wacht tot de led-statusindicator constant groen brandt. Eerst knippert de led-statusindicator gedurende enkele minuten groen.

Het referentiestation installeren op een muur
1. Houd de arm voor het referentiestation vast op de muur waar u het wilt bevestigen. Breng 4 markeringen aan op de muur waar u 4 schroeven wilt bevestigen. Let wel op: Als het referentiestation aan een muur wordt gemonteerd, moet de bovenkant van het referentiestation zich boven de muur bevinden.
2. Boor 4 gaten in de muur voor de 4 schroeven.
3. Installeer het referentiestation met 4 schroeven aan de muur.
4. Trek de kabel op het referentiestation door de sleuf in de arm en installeer het referentiestation op de arm. Bevestig de connector aan de klemmen op de arm.
5. Draai de schroef (Torx 20) op de arm van het referentiestation vast.
7. Sluit de laagspanningskabel aan op het referentiestation en de voeding.
8. Bevestig de laagspanningskabel met kabelbinders aan de muur vanaf het referentiestation naar de voeding.
9. Plaats de voedingseenheid 30-200 cm boven de grond.
10. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van 100-240 volt.
11. Wacht tot de led-statusindicator constant groen brandt. Eerst knippert de led-statusindicator gedurende enkele minuten groen.

Installatie handleiding RS1 ontvanger
Installatie handleiding RS5 ontvanger

Installatie van de Automower® Connect App

Het product kan verbinding maken met mobiele apparaten waarop de Automower® Connect app is geïnstalleerd. Automower® Connect is een gratis app voor uw mobiele apparaat. U kunt de uitgebreide functies voor het product gebruiken via de Automower® Connect app. De Automower® Connect app heeft mobiele verbinding voor de lange afstand, Wi-Fi connectiviteit en een Bluetooth® verbinding voor de korte afstand.

• Op het Dashboard wordt de huidige gebruik van het product weergegeven. U kunt een bedrijfsmodus voor het product selecteren in het dashboard.
• De kaart toont de actuele positie van het product en het ingestelde centrale punt voor de GeoFence functie.
• Het menu Instellingen kunt u de instellingen voor het product wijzigen.
• In het menu Statistieken kunt u de statistieken van het product bekijken.
• Het menu Berichten kunt u de Foutmeldingen en de infoberichten van het product vinden.
• In het menu Ondersteuning vindt u de volledige gebruikershandleiding voor het product en het Help Center waar u hulp kunt krijgen bij het oplossen van problemen.

Automower Connect voor Android
Automower Connect voor iOS

1. Download de Automower® Connect-app op uw mobiele apparaat.
2. Meld u aan voor een Husqvarna-account in de Automower® Connect-app.
3. Er wordt een e-mail verzonden naar het geregistreerde e-mailadres. Volg de instructies in de e-mail binnen 24 uur op om uw account te valideren.
4. Meld u aan bij uw Husqvarna-account in de Automower® Connect-app.

Installatie van de Husqvarna Automower

1. Druk 3 seconden op het draaiwiel om het product in te schakelen.
(Let op: De Bluetooth® koppelingsproceduremodus van het product is ingesteld op 3 minuten. Als de koppeling tussen het product en het mobiele apparaat niet correct is voltooid, gebruikt u het draaiwiel om Bluetooth® te selecteren om het opnieuw in te schakelen.)
2. Voer de fabriekspincode 1234 op het product in.
3. Meld u aan bij uw Husqvarna-account in de Automower® Connect-app.
4. Start Bluetooth® op uw mobiele apparaat.
5. Selecteer Mijn maaiers in de Automower® Connect-app en voeg uw product toe.
6. Volg de instructies in de Automower® Connectapp.

Stel je Connect App optimaal in

Stel alles naar eigen wensen in

Tips & Tricks

Winteropslag
• Laad het product volledig op.
• Zet het product op OFF.
• Reinig het product.
• Zet het product in een droge en vorstvrije ruimte.
• Wij raden u aan het product met alle wielen op een vlakke ondergrond te plaatsen. U kunt het product ook aan een wandsteun van Husqvarna ophangen. Neem contact op met ons voor meer informatie over beschikbare wandsteunen.

Wekelijkse reiniging en controle
• Reinig de Automower met een zachte borstel (niet met water),
• Controleer de Automower op eventuele beschadigingen
• Controleer de messen en vervang de messen en mes schroeven indien nodig. (Vaak kun je zien aan het gras of de messen scherp of bot zijn, als de graspuntjes lichtbruin beginnen te worden dan zijn de maaimesjes aan vervanging toe.) Deze zijn gemakkelijk te bestellen via onze shop Klik hier.

 

‘Virtuele grenzen met RTK-positionering voor eenvoudig en flexibel robotmaaien’

Epos 2
Epos 1
Img 5472
Epos 3
Epos 4
William

Vragen naar aanleiding van dit artikel

Ik ben uw specialist William van Eerden. Kan ik u ergens mee helpen? Heeft u een vraag? Ik help u graag!